UAE raad voor Fataawah, Fatwa No.11, 2020,
Met betrekking tot de regels voor het uitvoeren van gemeenschappelijke
Rituelen in het licht van de verspreiding van COVID-19 (Coronavirus
Ziekte)

Dinsdag 8 Rajab, 1441 NH / 3 maart 2020 CE

 

Alle lof is te danken aan God, de Onderhouder van de werelden, en moge de beste 
zegeningen en de meest volmaakte gebeden neerdalen over onze meester
Muhammed, zijn verwanten en al zijn metgezellen. 

Om verder te gaan:

Op basis van de uitspraken van God, de verhevene, “Hij heeft het jullie in de godsdienst niet moeilijk gemaakt” (Qur’aan 22:78) en ook, “O jullie die geloven, gehoorzaamt Allah en de Boodschapper en degenen onder jullie die met gezag bekleed zijn” (Qur’aan 4:57), de hadith van de Boodschapper van God, “Wat ik je ook beveel, doe het voor zover je kan” (Bukhaari en Muslim) de wettelijke stelregels (Qawaa’id  sjar’ijjah) “het vermijden van kwaad heeft voorrang op het verwerven van voordeel” en “gevaar voor individueel kwaad wordt doorstaan omwille van het groter kwaad in een gemeenschap te voorkomen” het overwegen van de publieke welvaart in het licht van de verspreiding van COVID 19 en de behoefte aanwezig bij alle lagen van de bevolking van het land om samen te werken om deze ziekte te bestrijden en de verspreiding ervan te stoppen; en in het licht van de verplichting om regeringen te gehoorzamen, en in het licht van de verplichting om regeringen te gehoorzamen heeft de UAE raad for Fataawah het volgende beslist in een fatwa:

  1. Het is een religieuze verplichting voor alle segmenten van de samenleving om zich strikt te houden aan alle richtlijnen en verordeningen op het gebied van volksgezondheid die zijn uitgevaardigd door de bevoegde wettelijke instanties1Dergelijke richtlijnen omvatten het vaak wassen van handen met water en zeep want reinheid maakt deel uit van de leer van de islam gebaseerd op de overeengekomen hadith verteld door Aboe Hurayrah waarin de Profeet zei: “Als een van jullie wakker wordt van het slapen, moet hij zijn handen driemaal wassen voordat hij ze in een watervat steekt”; het beperken van het begroeten van anderen tot mondelinge begroetingen en het vermijden van het schudden van handen en knuffelen; de juiste etiquette bij het niezen, inclusief bedekking van de mond en neus met de elleboog of een tissue; en anderen. als alle maatregelen treffen om de ziekte te voorkomen en te verspreiden. Het is volgens de heilige wet niet toegestaan dergelijke richtlijnen en maatregelen te negeren. 
  2. Het is door de sharia verboden voor iedereen die besmet is met deze ziekte of zelfs als men nog maar denkt een risico te zijn voor infectie om openbare plaatsen te bezoeken of om naar de moskee te gaan voor de gezamenlijke gebeden, inclusief vrijdaggebeden en de feestgebeden. Het is een verplichting voor zo iemand alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen zoals uiteengezet door de medische autoriteiten, zoals het toepassen van quarantaine en het volgen van alle voorgeschreven behandelingen. Dit is zodat men de ziekte niet kan overdragen aan anderen. 
  3. Er is een religieuze concessie (rukhsah) voor ouderen, kinderen,iedereen die lijdt aan luchtwegaandoeningen en mensen met verminderde immuniteit om niet alle gemeenschappelijke gebeden bij te wonen, inclusief vrijdaggebeden, feestgebeden en tarawih-gebeden. Zulke mensen kunnen thuis bidden of waar ze ook zijn en kunnen op vrijdag gewoon een dhur gebed doen in plaats van het gezamenlijke gebed op vrijdag.
  4. Wat betreft de hadj, de umrah en het bezoeken van de Boodschapper van God is het verplicht zich te houden aan alle richtlijnen van de regering van het Koninkrijk Saoedi-Arabië, die vastgelegd zijn in hun overheids- en religieuze verantwoordelijkheden voor het welzijn van alle pelgrims. Het naleven van deze richtlijnen helpt hen om het welzijn en de veiligheid van iedereen te handhaven.
  5. Het is een religieuze verplichting voor alle partijen om samen te werken met de bevoegde instanties, elk binnen hun respectievelijke capaciteit, om te verspreiding van de ziekte te beperken en eraan te werken om deze uit te roeien. Ze zouden ook het verspreiden van verkeerde informatie of geruchten moeten vermijden en alleen afgaan op vertrouwelijke officiële verklaringen van de desbetreffende instanties. Degenen die instaan voor de veiligheid en stabiliteit van de samenleving moet alle ongegrond geruchten negeren en voorkomen dat ze zich verspreiden.
  6. Alle groepen en individuen moeten hulp en ondersteuning verlenen aan elkaar in welke hoedanigheid en mate van capaciteit ze dat kunnen en niet profiteren van dergelijke situaties door de prijzen te verhogen, vooral niet als het betrekking heeft op geneesmiddelen en gezondheidszorg.
  7. De basis voor deze fatwa is afgeleid van verschillende bronnen, waaronder verzen uit de Heilige Koran, de profetische weg (sunnah), wetenschappelijk consensus en analoog redeneren. Hier zijn er een aantal:
Ajaat uit de Koran:
  • En doodt elkaar niet. Voorwaar, Allah is voor jullie Meest Barmhartig. (4:29) 
  • Doodt elkaar niet, voorwaar Allah heeft de weldoeners lief  (2:195)
  • En wanneer zij met een zaak van veiligheid of vrees tot hen komen, dan verspreiden zij het. En indien zij het aan de Boodschapper voorgelegd hadden, of aan degenen van hen die onderzoeksbekwaam zijn en er kennis van kunnen nemen (4:83)
Overleveringen van de profeet:
  • Op gezag van Aboe Hurayrah, de Boodschapper van God zei: “Vlucht voor melaatsheid (judhaam) zoals je vlucht voor een leeuw!”(Bukhaari). Lepra is een overdraagbare ziekte en de reden voor het profetische gebod om ervoor te vluchten is zodat transmissie kan worden gestopt. Dit is een bewijs dat we dat geloven dat ziekten op anderen worden overgedragen door Gods toestemming en dat men afstand moet nemen van hun bronnen.
  • Op gezag van Usaamah b. Zayd, de boodschapper van God zei: ‘Als je hoort dat een land een epidemie teistert, ga er dan niet naar binnen en als het het land waar u zich bevindt aantast, verlaat het dan niet ”(Bukhaari).Een van de redenen waarom het een geïnfecteerde persoon niet is toegestaan het gebied van de epidemie te verlaten is zodat deze de ziekte niet kan doorgeven aan anderen. In plaats daarvan zou hij in quarantaine moeten gaan en zich afzonderen van de gezonde mensen in die regio. Ibn AthÏr (630/1233) vermeldt in zijn Al-Kaamil fie al-taarÏkh (De volledige geschiedenis), “Amr b. al- ‘Aas vluchtte met de mensen toen ze werden getroffen door de pest en ze gingen omhoog de bergen in totdat Allah het van hen verwijderde. Dit nieuws bereikte ‘Umar, en hij keurde het niet af [wat betekent dat hij, als kalief, de acties van ‘Amr passend achtte en daarom werden deze door hem als leider niet gesanctioneerd].”
  • Op gezag van Aboe Hurayrah, de Boodschapper van God zei: “Breng besmettelijk vee niet in een gezonde kudde”(Bukhaari).
  • Op gezag van ‘Amr b. Yahjaa al-MaazinÏ, die vertelde over het gezag van zijn vader, zei de Boodschapper van God: “Breng geen schade toe of omgekeerd.’ (Al-Muwatta van Imam Maalik). 
  • De talrijke ahadieth in sahih Muslim en elders met betrekking tot de verplichting om de overheid te gehoorzamen zijn het bewijs van de verplichting om zich te houden aan hun richtlijnen en instructies. De leider heeft het voorrecht om te handelen in het belang van de natie als bepaald door de bevoegde instanties van de staat. Al-Sarkhasie zegt in zijn Al-Siyar al-kabier (het belangrijkste beknopte boek van methoden): “Als de leider de mensen opdraagt iets te doen en ze zijn onzeker of het wel of niet gunstig is, zij moeten hem gehoorzamen. Dit komt omdat de verplichting om leiders te gehoorzamen goed is ingeburgerd met eenduidige teksten. Wat betreft hun twijfels of het nu voordelig is of niet, dat is geen rechtvaardiging of in tegenspraak met ondubbelzinnige bronteksten.” En dus wat is toegestaan in de heilige wet wordt een verplichting indien opgedragen door de overheid. Deze positie wordt opgemerkt door Ibn Aabidien in zijn commentaar onder het hoofdstuk van het regengebed. 
Consensus onder de geleerden:
  • De geleerden zijn het er unaniem over eens dat “schade moet worden verwijderd” en vond dit een universele wettelijke stelregel. Het valt onder de stelregel dat we het vermijden van getroffen regio’s met epidemieën vermijden om het menselijk leven en de gezondheid van te het lichaam te beschermen.
Analoge redenering: 
  • Het is een welbekend dictaat in de heilige wet dat een persoon met een onaangename geur de moskeeën dient te vermijden en dat zo iemand de moskee verlaten moet om schade aan anderen te voorkomen. Het wordt overgeleverd in Sahih Muslim dat ‘Umar b. al Khattaab de preek afleverde op een vrijdag en zei: “Oh mensen, je eet van twee stoffen die ik weerzinwekkend acht: uien en knoflook. Want ik zag dat als de Boodschapper van God hun geur rook bij iemand, hij beval dat hij uit de moskee zou worden verwijderd, en hij werd naar al-Baqie gebracht. Dus wie ze eet, moet ze neutraliseren door ze te koken. ‘ Als een persoon louter werd verwijderd omwille van een onaangename geur, hoe zit het dan met de schade van een besmettelijke ziekte die dodelijk kan zijn? In deze geest zei al- Haafidz · Ibn ‘Abd al-Barr in zijn Tamhied: “Als de reden voor de wet (de illah) voor zijn verwijdering uit de moskee schade toebrengen is aan anderen, dan zou het bij uitbreiding hetzelfde zijn voor alles wat de gemeenschap in de moskee schaadt, of het nu een vieze geur is of een medische aandoening, zoals melaatsheid of dergelijke en al het andere dat mensen schaadt als ze in de nabijheid zijn. Als de mensen zouden willen dat zo iemand werd verwijderd van de moskee en weggehouden, dat is hun recht zolang de oorzaak van de schade aanwezig is. Als het niet meer aanwezig is, de uitspraak is niet meer van toepassing, en de persoon kan nu terugkeren naar de moskee.” 

Tot slot roept de Raad voor Fataawa alle moslims op, zich te wenden tot God door smeekbede (du’aa) en overvloedige verzoeken om vergeving. Vergeving zoeken, verlicht beproevingen en leidt tot een toename van kracht. We zien dit in de koran, waar God, de verhevene, de woorden citeert van de profeet: ‘Mijn volk, vraag vergeving van uw Heer, en keer terug naar Hem. Hij zal vanuit de hemel overvloedige regen uitstorten naar beneden en Hij zal voor jullie kracht toevoegen aan jullie kracht” (Koran 11:52). Dus we vragen God, de verhevene, om Zijn zachtmoedigheid te bestendigen (de Verenigde Arabische Emiraten worden dan vernoemd maar dit is van toepassing op iedere plaats waar dezelfde feiten zijn waargenomen) over zijn mensen en al zijn instellingen, zowel leiderschap als burgerij, en dat Hij deze ziekte van de moslims en de gehele wereld verwijderd.

En God, de verhevene, weet beter.

De UAE raad voor Fataawah
Zijne Eminentie Shaykh AbdAllah Bin Bayyah – voorzitter Dr. Ibrahim Ubaid Al Ali – Lid
Shaykh Omar Al Darai – Lid
Dr. Ahmad Al Haddad – lid
Dr. Salem Al Dubi – lid
Dr. Shamma Al Dhaheri – lid
Ahmad Al Shahhi – Lid
Dr. Amany Lubis – Lid
Abdullah Muhammad Al Ansari – Lid
Shaykh Hamza Yusuf Hanson – Lid