Hadith 1

Daden worden beoordeeld op intenties !


De leider der gelovigen Aboe ‘Umar inb al-Khattaab raḍyAllāhu 'anhu (may Allāh be pleased with him) heeft gezegd:

‘Ik hoorde de boodschapper van Allah zeggen: “Handelingen worden alleen bepaald door hun intentie en ieder mens zal alleen dát krijgen wat met zijn bedoeling samenhangt. Als iemand emigreert omwille van Allah en Zijn Boodschapper,ṣallallāhu 'alayhi wa sallam (peace and blessings of Allāh be upon him) dan is dat een emigratie voor Allah en Zijn boodschapper en als iemand emigreert omwille van een wereldse zaak of om een vrouw te trouwen, dan is zijn emigratie datgene waarvoor hij emigreert.”

Dit werd overgeleverd door de twee meest vooraanstaande geleerden, Bukhaari en Muslim, elk in hun ‘Sahih,’ dit zijn de belangrijkste verzamelingen van authentieke hadiths


Historische achtergrond:

Deze hadieth werd door de profeet ṣallallāhu 'alayhi wa sallam (peace and blessings of Allāh be upon him) verteld in de tijd dat de moslimsvan Mekka naar Medina emigreerden gedurende de Hidjrah [note]om een vrouw te huwen[/note] Deze hadieth wordt beschouwd als één van de belangrijkste in Islam. Volgens Imam al-Sjaafi‘i bevat deze hadieth de kennis van de Islam en kan het gerelateerd worden aan meer dan 70 onderwerpen van fiqh. Imam Ahmed [note]met een referentie naar Imam al-Sjaafi‘i’ zijn verklaring[/note] zei: “De Islam is gebaseerd op drie fundamenten of principes:”

1. De handelingen van het hart; onze interne handelingen.

2. De handelingen van de ledematen; onze externe handelingen.

3. Interactie tussen mensen; onze dagelijkse omgang of ‘muaamalaat’ met mensen.

Deze drie principes worden vastgelegd in de volgende drie overleveringen uit de collectie van An-Nawawi’s 40 overleveringen, zoals overeengekomen door al-Bukhaari en Muslim:

Hadith 1: “Daden worden beoordeeld op intentie [note]handelingen van het hart[/note].”

Hadith 5: “Wie aan deze zaak van ons [note]Islam[/note] iets toevoegt,wat er niet bij hoort, zal daar zelf de gevolgen van ondervinden.”

Hadith 6: “Het is duidelijk wat halaal en haraam is en daartussen bestaan twijfelachtige zaken, waarvan veel mensen niet weten wat ze ermee aan moeten.” Deze overleveringen kunnen worden gezien als de drie criteria om moslims te helpen evalueren en beoordelen wat zij doen en zeggen als ibaadah [note]handeling van aanbidding[/note] in hun dagelijkse leven. Intentie, of Niyyah, heeft twee betekenissen:

1. De intentie vóór het verrichten van ibaadah [note]b.v. gebed, vasten [/note]

2. De bereidwilligheid in het verrichten van een handeling.


Lessen:

In deze hadieth begint de profeet ṣallallāhu 'alayhi wa sallam (peace and blessings of Allāh be upon him) met het principe dat de daden worden beoordeeld op intenties. Dan volgen drie praktische voorbeelden. Dit is de methode die gebruikt werd door de profeet ṣallallāhu 'alayhi wa sallam (peace and blessings of Allāh be upon him) wanneer hij de boodschap van Islam overbracht. De voorbeelden bestaan uit een goede intentie [note]migratie voor de zaak van Allah en Zijn Boodschapper[/note] en twee inferieure intenties [note]migratie voor de zaak van wereldse doelen of huwelijk[/note]. Deze hadieth benadrukt het belang van Iglaas [note]oprechtheid, eerlijk en trouw zijn aan Allah alleen; een daad doen voor Allah ’ s zaak, waarbij men verder geen getuigen zoekt, behalve Allah[/note].

* Iglaas is één van de voorwaarden voor de aanvaarding van goede daden.

* Een andere voorwaarde is dat de handelingen moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de Sjari’ah [note]Islamitische wet[/note], zoals zal worden uitgelegd in hadieth 5.

De onderlinge afhankelijkheid van deze twee voorwaarden wordt duidelijk geïllustreerd in de sjahaadah [note]verklaring van geloof[/note]:

“Ik geloof dat er geen andere god bestaat dan Allah ,”

Dit is Iglaas, zeker zijn dat we onze handelingen alléén voor de zaak van Allah uitvoeren.

“Ik geloof dat Mohammed de boodschapper is van Allah,” 

Dit is Sunnah [note]de gezegden, handelingen en instemmingen[/note] van de profeet ṣallallāhu 'alayhi wa sallam (peace and blessings of Allāh be upon him) wat de manifestatie is van de Koran. De profeet ṣallallāhu 'alayhi wa sallam (peace and blessings of Allāh be upon him) is ons voorbeeld en tevens het beste voorbeeld om te volgen. Het volgen van zijn Sunnah in onze ibaadah, aglaaq [note]ethiek[/note] en mu ‘aamalaat [note]handelingen[/note], zorgt ervoor dat we handelen in overeenstemming met de Shari ‘ah. De Sjahaadah laat ons zien wat de voorwaarden voor het uitvoeren van een handeling – en de aanvaarding van deze handelingen zijn:

a. Het moet worden gedaan omwille van Allah, Hij is de Enige die we aanbidden

b. Het moet in overeenstemming zijn met de Sahri ‘ah. Om Ikhlās te bereiken moeten we sjirk [note]anderen associëren met Allah, wat resulteert in onoprechtheid[/note] vermijden.

Imam al-Harawi zegt dat er 7 vormen van menselijke verlangens zijn:

1. Het zichzelf ‘goed voordoen’ in de harten van anderen.

2. De eer zoeken bij anderen.

3. Voorkomen dat men de schuld krijgt van anderen.

4. Verheerlijking zoeken bij anderen.

5. Geld of rijkdom bij anderen zoeken.

6. Zoeken naar diensten of liefde bij anderen.

7. Hulp zoeken bij anderen voor jezelf.

Er zijn verschillende manieren waarop men Iglaas kan bereiken:

Meer goede daden:hoe meer goede daden we doen, hoe dichter we bij Allah komen en Insja Allah[note]als God het wil[/note]hoe oprechter we zullen worden.

Het zoeken naar kennis: Vóór we een goede daad doen moeten we kennis zoeken. Onze handelingen en daden moeten gebaseerd zijn op kennis om er zeker van te zijn dat we ze uitvoeren in overeenstemming met de Sjari’ ah.

Het vermijden van het geven van valse impressies:

We moeten anderen niet laten geloven dat een handeling goed is, wanneer dat niet zo is.

Het controleren van de intentie:

Imam Ahmed raḥimahullāh (may Allāh have mercy upon him) zei: “Vóór je iets doet, controleer je je intentie [note]niyyah[/note]. Stel jezelf de vraag voor je iets doet, Is dit voor de zaak van Allah?”

Ibn al-Qayyim zegt: “Elke handeling die we doen kan om drie redenen een gebrek hebben:”

1. Het zich ervan bewust zijn dat anderen onze handelingen opmerken.

2. Een beloning zoeken voor de handeling.

3. Tevreden zijn met de handeling.

Hoe kan men Iglaas bereiken?

• We moeten niet trots zijn op onszelf en denken dat we beter zijn dan anderen als we eerder bij de moskee aankomen voor het gebed. Zelfs niet als we op de eerste rij zitten of eerder aankomen dan de Imam. We moeten Allah prijzen en danken, omdat Hij ons in staat stelt om zonder moeilijkheden naar de moskee te gaan om te bidden.

• Na elk gebed moeten we tegen onszelf zeggen dat we het beter kunnen doen en dat we ons in het volgende gebed zullen verbeteren.

Wat als onze intenties veranderen terwijl we een handeling uitvoeren? Ibn Rajab raḥimahullāh (may Allāh have mercy upon him)zei dat als de intenties aan het einde van de handeling overeenkomen met het begin [note]d.w.z. een handeling doen voor de zaak van Allah[/note], elke verandering in het midden niet van belang is of zal worden vergeven, insja Allah. Als de intentie echter aan het einde niet overeenkomt met die van het begin [note]d.w.z. we doen de handeling niet voor de zaak van Allah[/note], dan is het nodig berouw te tonen.

Er zijn 4 dingen die in tegenspraak zijn met Iglaas:

1. Ma ‘siyaat; zondigen, dit zal Iglaas verzwakken.

2. Sjirk; anderen associëren met Allah .

3. Riyaa; het uitvoeren van een ibaadah met de intentie te pronken bij anderen. 4. Nifaaq; hypocrisie.

Er zijn ook handelingen die automatisch beschouwd worden als goede intenties. Bijvoorbeeld het zoeken van kennis in Islam, helpen in de samenleving en da‘wah [note]het prediken en verspreiden van de boodschap van de Islam[/note].

Sommige geleerden hebben uitspraken afgeleid die gebaseerd zijn op deze hadieth:

• Wanneer iemand ‘zweert’ bij Allah en ‘Wallaahi’ [note]in de naam van Allah[/note] zegt, maar zijn intentie is eigenlijk om niet te zweren bij Allah, dan wordt dit als zinloos beschouwd.

• Als iemand gevraagd wordt een eed af te leggen, wordt hij beoordeeld op zijn intentie wanneer hij de eed aflegt.

• Er kan een combinatie zijn tussen het uitvoeren van ibaadah en het onderwijzen van anderen, we doen een goede daad voor de zaak van Allah en we doen het met de intentie anderen te onderwijzen. Bijvoorbeeld, toen de profeet ṣallallāhu 'alayhi wa sallam (peace and blessings of Allāh be upon him) de Hadj deed, deed hij dat voor de zaak van Allah. Evenals het onderwijzen van zijn metgezellen raḍyAllāhu 'anhum (may Allāh be pleased with them)

• Een man kan het proces van de scheiding van zijn vrouw doorlopen, verbaal, in of buiten de rechtszaal. De validiteit hangt af van zijn intentie.

• Wat gezien kan worden als ghiebah [note]roddelen, praten over iemand achter zijn rug, zelfs al zijn dit feiten[/note], kan gewoon een grap zijn of een smeekbede. Als iemand slecht spreekt over een ander is het de intentie wat bepaald of het ghiebah is of niet.

Conclusie:

Onze handelingen worden bepaald of aangetast door onze intentie, of ze goed, of slecht zijn. Daarom moeten we altijd onze intentie in de gaten houden. We moeten er zeker van zijn dat de handeling voor Allah is, geaccepteerd zal worden door Hem en dat we ervoor beloond zullen worden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *