De verplichting binnen de religie

De verplichting binnen de religie

Mu`adha vroeg waarom een vrouw die het vasten en gebeden heeft moeten missen, alleen het vasten moet goedmaken en niet de gebeden. `A’isjah beantwoordde deze vraag niet, omdat het alleen kon worden beantwoord op basis van haar eigen redenering, niet op basis van de leer die haar van Allah’s Boodschapper was gekend, vrede zij met hem. Zijn leer heeft religieuze autoriteit omdat hij door Allah is aangesteld als zijn boodschapper. Hij heeft zichzelf niet tot deze rol benoemd. Wanneer moslims hun eigen rede gebruiken om een religieuze plicht uit te leggen, en hoe goed hun intenties ook zijn, kunnen hun redenen en verklaringen niet het gezag van de Boodschapper van Allah hebben en men kan nooit beweren het te hebben. Als een dergelijke bewering wordt gedaan, is het zeker dat deze wordt aangevochten door een andere moslim, misschien met intenties net zo goed en met redeneervermogen en spraak die net zo overtuigend is. De uitkomst, vroeg of laat, is onenigheid tussen moslims en, tenzij de hulp van Allah tussenbeide komt, een dergelijke onenigheid kan leiden tot onenigheid in de mate dat het vertrouwen van mensen in de religie aangetast wordt en waardoor de solidariteit van de ummah verzwakt. ‘A’isjah werd wijd vereerd en bewonderd, en regelmatig geraadpleegd, juist vanwege haar vermogen van rede en memorisatie, haar begrip van de religie en haar toewijding daaraan. En toch, zoals we hier zien, vermeed ze de volgende dingen:

1) ze bekritiseerde de vraagsteller niet voor de vorm van de vraag
2) ze probeerde haar op geen enkele manier in verlegenheid te brengen
3) ze onderwees niet haar eigen mening, omdat ze resoluut gericht was op het onderwijzen van de geboden van de religie, zoals die geboden door de Boodschapper van Allah aan hem werden doorgegeven
4) Ze voegde niets toe of deed er niets af

Had ze een van deze dingen gedaan, dan zou ze (a) de manieren van de boodschap van de Boodschapper niet hebben gevolgd, en zou ze (b) zichzelf hebben voorop gezet op de weg van het licht van de leer van Islam. Ze wou niet het risico nemen om iets te verdoezelen of te compliceren, ook al zou ze zo een intentie niet hebben gehad.

  1. Merk ook op dat het duidelijk is uit haar praktijk dat ze begreep dat het bevel aan vrouwen om de gemiste dagen van Ramadan in te halen een bevel was dat ze zichzelf niet kon laten vergeten omdat het simpelweg over het beste deel van een heel jaar gaat! We leren hieruit dat zij beschikte over uitzonderlijke intellectuele en devotionele capaciteiten en een uitzonderlijk geweten. Ze had niet van de Boodschapper van Allah gehoord dat het gemiste vasten meteen moet worden goedgemaakt, alleen dat ze moeten worden goedgemaakt en de gemiste verplichtingen niet mogen vermeerderen jaar op jaar. We weten zeker dat als u een goede daad beoogt, het verstandig is om aan die intentie gehoor te geven zodra het praktisch uitvoerbaar is en niet om dergelijke actie uit te stellen. Het inhalen van een aantal dagen vasten in Ramadan die je hebt gemist vanwege reizen of ziekte of menstruatie of andere onverwachte noodzaak, is een goede daad en daarom moet het niet onnodig worden uitgesteld. Elke onnodige uitstel is een soort van licht werpen op de genade van Allah om de geboden van zijn religie tot een middel van gemak voor ons te maken, hier en in het hiernamaals.
 
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *